An Interior Motion

Datum:
2 juli t/m 21 augustus 2022
Deelnemer:
→ De Appel
Schipluidenlaan 12
1062 HE Amsterdam
Open:
  • woensdag 12:00—18:00
  • donderdag 12:00—18:00
  • vrijdag 12:00—18:00
  • zaterdag 12:00—18:00
  • zondag 12:00—18:00
Geopend op wo, do, vr, za, zo

Voor haar eerste solotentoonstelling in Nederland heeft de Peruaanse kunstenaar Andrea Canepa (Lima, 1980) de Aula-ruimte van de Appel tot haar beschikking als de locatie voor haar voortdurende onderzoek naar de organisatie van de fysieke en sociale structuren, ofwel organisatiesystemen, die ons dagelijkse leven vormgeven. Canepa laat zien dat hoewel de ruimtelijke en architecturale parameters van deze organisatiesystemen duidelijk gemarkeerd kunnen lijken, hun programma – hoe ze worden gebruikt – vaak onduidelijk is. Een onduidelijkheid die is gebaseerd op het gegeven dat de grenzen van bijna alle aspecten van menselijke interactie dubbelzinnig zijn. Naast de performatieve kenmerken van An Interior Motion, maakt Canepa deze dubbelzinnigheid duidelijk door middel van de 1:1-schaal van haar sculpturen. Door de architecturale verhalen van het monumentale interieur naast menselijke beweging te plaatsen, openen de mogelijke sociale realiteiten van het verleden en heden van dit gebouw zich, en de daarmee mogelijkheden om de ruimte en zijn vele betekenissen opnieuw te interpreteren.

An Interior Motion. Beeld: Nicola Baratto.

In 1969 werd dit gebouw voor het eerst ontworpen – als CSG Pascal, door de Nederlandse architect Ben Ingwersen. Dit hypermoderne schoolgebouw, waar de Appel nu vijf jaar gevestigd is, was tegelijkertijd kenmerkend voor het ontwerp van de bijna vijftig andere scholen die Ingwersen ontwierp tijdens de naoorlogse periode in Nederland, als ook een van de meest onderscheidende. Veel kenmerken van het gebouw zijn uniek voor zijn stijl: betonnen gevels, pilaren interieurs, platte daken en grote ramen (met roede panelen). De schoolaula – oorspronkelijk de functie van deze tentoonstellingsruimte – is echter één van de weinigen die hij ontwierp op betonnen kolommen, waardoor het ontwerp een bijzondere architecturale en uiteindelijk ook historische waarde kreeg. Het programma dat hij voor ogen had, paste in een typisch modernistisch denken, waarin fysieke en sociale vormen en structuren met elkaar verweven zijn. De herhaling van architecturale elementen in het interieur zijn zowel indicatoren van het programma, als van waar de ‘gebruiker’ zich op dat moment binnen deze scenografie begeeft. 

Sindsdien is de sociale, economische en culturele realiteit rondom dit gebouw sterk veranderd, en daarmee ook zijn functie. Na een periode van opvang voor asielzoekers in Nederland, werd het wat het nu is: een cultureel broedplaats, in een gebied van Amsterdam dat zich in een versnelde staat van gentrificatie bevindt. De buitenkant van het gebouw is weliswaar verouderd, maar grotendeels intact gebleven. Het interieur onthult echter de opmerkelijke veranderingen in het programma. Elk onderdeel van de evolutie van het gebouw laat resten van het gebruik achter, die evenzeer worden blootgelegd door de architecturale beperkingen van het ontwerp als de programma’s die zijn gemaakt om erin te passen.

Terwijl men deze programma’s als instructies zou kunnen zien, benadert Canepa ze liever als vormen van duidelijke spelaanduidingen, en zoals de Nederlandse socioloog Johan Huizinga het opvatte: als de graadmeter voor alle sociaal-culturele interactie in de samenleving. In het geval van An Interior Motion vormen het gebouw en het unieke interieur van de Aula gezamenlijk de infrastructuur van dit spel. De functionele en decoratieve elementen zijn de speelstukken.

An Interior Motion. Beeld: Nicola Baratto.

Dit spel is het performatieve deel van het werk – of dit nu Canepa’s eigen choreografie is, of die van de bezoekers van de Appel, die worden uitgenodigd om te klimmen, te bewegen en de stukken op dit spelbord te verplaatsen. Door het samenbrengen van al deze elementen verandert de scenografie van de architecturale details, de mogelijke programma’s en daarmee de resulterende betekenis. Het laat zien dat spel als performatieve praktijk en ruimtelijke realiteit nieuwe perspectieven biedt op theatrale en sociale ervaringen. Spelen wordt een fictieve constructie die sociale, historische en culturele interpretaties produceert. Het spel is choreografie, en de choreografie wordt een spel, waarbij nieuwe relaties met de omgeving zich vormen en in die tussenruimte onverwachte mogelijkheden en verhalen kunnen ontstaan.