Opening, Tentoonstelling — Schilderij, Textiel

Floating World, Ruby Swinney

Datum:
26 november 2022 t/m 21 januari 2023
Deelnemer:
→ AKINCI
Lijnbaansgracht 317
1017 WZ Amsterdam
Open:
  • dinsdag 13:00—18:00
  • woensdag 13:00—18:00
  • donderdag 13:00—18:00
  • vrijdag 13:00—18:00
  • zaterdag 13:00—18:00
Vandaag open van 13:00 tot 18:00

AKINCI presenteert Floating World, een solo tentoonstelling van Ruby Swinney. Zoals kenmerkend is geworden voor de jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaar, zijn deze werken geschilderd in monochrome kleuren op witte zijden doeken. De getoonde schilderijen tonen idyllische landschappen, vaak in contrast met door de mens gemaakte structuren. De bewoners van deze Floating World zijn een schimmig en mysterieus volk, waarvan de gezichten zijn verwijderd, uitgewist of vervangen door licht.

De naam Floating World komt van de Japanse term ukiyo, wat drijvende, vluchtige of voorbijgaande wereld betekent. Het is een term die het leven in het moment benadrukt, los van de moeilijkheden van het leven, nauw verbonden met ukiyo-e, de Japanse kunststroming die vrijetijdstaferelen van de Bourgeoisie van de Edo- periode afbeeldde. Swinney’s tentoonstelling gebruikt de term Floating World vanwege de dubbelzinnigheid, zelfs absurditeit ervan. Net als de prentkunst van ukiyo-e verbeelden ook Swinney’s schilderijen een zekere vrije tijd van de stedelijke middenklasse: de figuren die Swinney afbeeldt zijn vaak bezig met banale acti- viteiten die getuigen van elegantie en goede smaak: het bezoeken van kassen, bloementuinen, baden in natuur- lijke zwembaden en wandelen in de vrije natuur. Maar we voelen ook een sterke droevigheid in deze trivialiteiten van het alledaagse; een poging om de verbinding met de natuur te herstellen, te herscheppen, te behouden, ernaar terug te keren.

Met het woord ukiyo is ook een woordspeling gemoeid, die verwijst naar een “droevige wereld”. De schilderijen zitten vol verlies, verwarring en vervreemding, maar welke gebeurtenis deze gevoelens heeft veroorzaakt wordt niet getoond, het is niet zeker, of kan niet worden herinnerd. Het is onzeker waar Floating World zich bevindt, of wat het is, wat we te zien krijgen en met welk doel. Veel van wat we te zien krijgen lijkt op onze hedendaagse wereld, en toch zou het net zo goed het verleden als de toekomst kunnen zijn, een dystopie of een utopie. Op bijna elk schilderij is architectuur uit het verleden te zien, maar de stijlen – Victoriaans, modernistisch, heden- daags – geven ons geen indicatie van de periode waarin deze scènes zijn afgebeeld. Architectuur wordt een betekenisgever van geschiedenis, het voorbijgaan van stijlen, modes, periodes, tijdperken, hele verschuivingen in de maatschappij en orde worden weergegeven in de marge van de schilderijen. Het zijn de tekens van onze vervaagde, mislukte dromen, verouderde utopieën, voorbije toekomsten die het heden achtervolgen.

Deze schilderijen zijn figuratief en representatief, en toch is er weinig expressie in de eigenlijke toets of techniek. De weergave van deze intense omgevingen, vol zorgvuldig weergegeven details, zijn soms bijna hyperrealistisch geschilderd, met een afstandelijke exactheid van een opname. Hoewel de gezichten vaak zijn vervormd, uit- gewist en veranderd in witte geesten, worden deze vervormingen niet gevoed door emotionele of existentiële expressie zoals bij Kirchner of Van Gogh; Swinney’s schilderkunst geeft de voorkeur aan een afstandelijkheid die dichter bij het automatisme van het surrealisme staat, zoals dat van Dali of Magritte, iets dat dichter bij de droge onpersoonlijkheid van Duchamps Chocolademolen staat. Swinney gebruikt vaak een projector om het beeld op het doek te projecteren, deze onthechting van het schilderen van het onderwerp, brengt de schilder in een mo- dus van automatische weergave, met de precisie van een machine of een computer, of een chocolademolen, of een registratiemachine. De schilderijen construeren een registratie van getuigenis van deze interne wereld met volledige objectiviteit. De kunstenaar-machine probeert het geuite, eenzame, door stemming geteisterde zelf uit dit proces te verwijderen.

Soms is het gevoel dat deze beelden niet zozeer schilderijen zijn dan wel registraties, evaluaties van licht en schaduw. Maar de vraag blijft dan wat ze registreren, waar getuigen deze schilderijen van? In ‘Observations’ (2022) is elk blad zo fijn weergegeven, maar waarom getuigt het schilderij van deze bladeren? Is er in deze aandacht voor detail niet een soortgelijk paroxisme als bij Gerard Manly Hopkins: ‘See; not a hair is, not an eyelash, not the least lash lost; every hair/Is, hair of the head, numbered.’ En hier ligt alle emotionaliteit van het werk besloten, niet in gebaren of dikke verflagen, geen druppels of spetters, maar de arbeid, de aandacht voor het detail – zoals aandacht het natuurlijke gebed van de ziel is. Het is in deze vreemde arbeid dat deze werken verzadigd zijn van emotie. In tegenstelling tot color field painting, waarin bijvoorbeeld Rothko of Bar- nett Newman het detail vervingen voor grote vlakken van kleurintensiteit, is het in Swinney’s werk de over- vloed aan details die een gelijkenis van expressie bewerkstelligt, een soort ruis van leven, een bijna spirituele expressie.